Bij een kind van 5 jaar met een hoofdomtrek van 51 cm past meestal een muts in maat 50 tot 52. Staat er op het label een enkele maat, dan kies je maat 51 of 52, afhankelijk van of de muts rekbaar is en of er een dikke voering in zit. Is het een gebreide muts van wol of acryl die goed meerekt, dan zit maat 50-52 comfortabel. Is het een gevoerde muts met oorflappen en weinig rek, ga dan liever voor de ruimere maat 52.
Zo meet je de hoofdomtrek goed
Voor een betrouwbare maat heb je een zacht meetlint nodig, zoals een kleermakersmeetlint. Heb je dat niet, dan werkt een stuk touw of een veter ook, dat leg je daarna langs een liniaal. Laat je kind rechtop staan of zitten en leg het lint om het hoofd, ongeveer een centimeter boven de wenkbrauwen en boven de oren. Het lint loopt aan de achterkant over het breedste deel van het hoofd, daar waar de schedel het meest uitsteekt.
Trek het lint stevig aan, maar niet strak. Je moet er nog net een vinger onder kunnen schuiven. Meet twee keer, want kinderen bewegen en haar kan de uitkomst een halve centimeter beïnvloeden. Heeft je kind dik of krullend haar, meet dan over het haar, zoals de muts er later ook overheen komt. Noteer de maat in centimeters en rond op een hele centimeter af.
Maattabel hoofdomtrek per leeftijd
Hoofdomtrekken lopen uiteen, maar de meeste fabrikanten gebruiken ongeveer de volgende indeling. Gebruik de tabel als richtlijn en vertrouw uiteindelijk op de gemeten omtrek.
- Pasgeboren tot 3 maanden: 35 tot 40 cm
- 6 tot 12 maanden: 44 tot 47 cm
- 1 tot 2 jaar: 47 tot 49 cm
- 2 tot 3 jaar: 49 tot 50 cm
- 4 tot 6 jaar: 50 tot 52 cm
- 6 tot 9 jaar: 52 tot 54 cm
- 9 tot 12 jaar: 54 tot 56 cm
- Volwassenen: 56 tot 59 cm
Een kind van 5 jaar valt dus in het middelste vak van 50 tot 52 centimeter. Met een hoofdomtrek van 51 centimeter zit je precies in het midden van die categorie, wat de keuze makkelijk maakt: bijna alle mutsen voor deze leeftijd passen dan, mits je let op de rek en de voering.
Rekenvoorbeeld: past maat 52 of toch maat 50?
Stel dat een muts maat 50-52 heeft en een rekbare breisteek van ongeveer 20 procent. De muts kan dan uitrekken tot ongeveer 52 x 1,2 = 62 centimeter, wat ruim genoeg is voor een kinderhoofd van 51 centimeter. Een muts die onuitgerekt 50 centimeter meet en 20 procent kan meerekken, bereikt 60 centimeter. Die zit dus op een hoofd van 51 centimeter strak maar comfortabel, omdat de stof een paar centimeter moet meegeven.
Bij een muts zonder rek, bijvoorbeeld een fleece muts met een dikke voering, is het anders. Die kan hooguit 5 procent meegeven. Een maat 50 wordt dan 52,5 centimeter en voelt op een hoofd van 51 centimeter onaangenaam strak. Kies in dat geval maat 52, zodat er ruimte blijft voor haar, een haarband of een dun hoedje eronder.
Welke vorm past bij welke situatie
Beanie
De klassieke beanie is de meest gekozen muts voor kinderen van 5 jaar. Hij bedekt het hoofd tot net boven de oren en is eenvoudig op te vouwen. Met een opgevouwen rand zit hij warmer, maar dat verkleint ook de kans dat hij blijft zitten als je kind veel beweegt. Let erop dat de rand niet over de wenkbrauwen schuift.
Muts met oorflappen
Een muts met oorflappen houdt de oren warm, wat bij wind en vorst belangrijk is. Neem deze iets ruimer, in dit geval maat 52, omdat de flappen en de voering de passform strakker maken. Controleer dat de koordjes niet te lang zijn. Bij spelen kunnen losse koorden blijven hangen, en korte of afneembare koordjes zijn daarom veiliger.
Bivakmuts of sjaalmuts
Ga je skiën, sleeën of een lange wandeling maken bij temperaturen onder nul, dan is een muts met nekdeel een goede keuze. Deze modellen zitten vaak vast aan een sjaal en zijn minder maatgevoelig. Kies ook hier de maat die bij 51 centimeter hoort, en let op dat de hals niet te strak zit.
Let op het materiaal
Wol is warm en ademend, maar kan bij gevoelige huid kriebelen. Merino is zachter dan gewone wol en vaak een goed alternatief. Acryl is goedkoop en makkelijk te wassen, maar ademt minder, waardoor je kind sneller zweet en daardoor kouder kan worden. Katoen is zacht, maar houdt vocht vast en is minder geschikt voor een natte winterdag. Een voering van fleece of jersey maakt een muts aangenamer op de huid, vooral als je kind snel last heeft van prikkende stof.
Controleer ook de naden. Een muts met platte naden schuurt minder op het voorhoofd en achter de oren. Voelt de binnenkant ruw, dan zal je kind de muts zelf snel uittrekken, hoe warm hij ook is.
Groeiruimte inplannen
De hoofdomtrek groeit rond deze leeftijd langzaam: gemiddeld ongeveer 0,5 tot 1 centimeter per jaar. Een muts in maat 52 kan dus meestal twee winters mee, waar maat 50 na één seizoen te klein kan zijn. Koop je de muts in de uitverkoop voor volgende winter, meet dan opnieuw voordat je hem aantrekt, want het verschil tussen november en volgend jaar kan een paar millimeter zijn die net bepalen of hij nog goed zit.
Combineren met een fietshelm of capuchon
Fietst of skatet je kind regelmatig, dan moet de muts onder een helm passen. Kies dan een dunne muts van een rekbare stof die niet dikker is dan 3 tot 4 millimeter. Een dikke beanie onder een helm zorgt ervoor dat de helm niet goed aansluit, waardoor hij kan verschuiven en minder bescherming biedt. Voor dit doel zijn dunne helmmutsjes of balaclava's van merinowol of microfleece de beste keuze, in maat 50-52 of een enkele maat die tot 54 centimeter rekt.
Draagt je kind graag een capuchon, dan is een dunne muts zonder pompon prettiger. Een pompon drukt tegen de achterkant van de capuchon en kan ongemakkelijk zitten.
Zo pak je het aan in de winkel
Neem je kind mee naar de winkel en laat de muts passen. Een goede muts zit stevig zonder te knellen, blijft zitten als je kind het hoofd schudt en laat de oren volledig bedekt. Laat je kind niet alleen staan, maar ook bukken en rennen. Verschuift de muts bij het bukken, dan is hij te ruim. Laat hij een rode streep achter op het voorhoofd, dan is hij te krap.
Koop je online, kijk dan naar de maatinformatie van het merk, want de maten verschillen per fabrikant. Vergelijk altijd de opgegeven hoofdomtrek in centimeters met de gemeten 51 centimeter, en bestel zo nodig twee maten om te passen en de rest terug te sturen.
Wassen zonder dat de muts krimpt
Een wollen muts die op een te hoge temperatuur wordt gewassen, kan een hele maat krimpen. Een muts van maat 52 kan dan het formaat van maat 49 krijgen en past niet meer. Was wol daarom op maximaal 30 graden met een wolwasmiddel en laat de muts plat drogen. Acryl en katoen kunnen vaak op 40 graden, maar kijk altijd op het wasetiket. Hang de muts nooit op de verwarming, want de hitte maakt de vezels bros.
Een tip voor de dagelijkse praktijk is om bij een nieuwe muts de wasinstructie te bewaren of de maat met een stift op het label te zetten. Zo weet je bij het uitzoeken van winterspullen welke muts nog past en welke je beter doorgeeft.
Een korte checklist voor in de winkel
Meet de hoofdomtrek van je kind boven de wenkbrauwen, ga bij 51 centimeter uit van maat 50-52, kies maat 52 bij weinig rek of een dikke voering, let op naden en materiaal, en was de muts op lage temperatuur. Zo draagt je vijfjarige de hele winter een muts die warm zit en niet knelt of afzakt.