Welke maat sneeuwlaarzen koop je voor een kind van 9 jaar met een voet van 21 cm lengte

Welke maat sneeuwlaarzen koop je voor een kind van 9 jaar met een voet van 21 cm lengte

Heeft je kind van 9 een voet van 21 centimeter lang, dan koop je sneeuwlaarzen in maat 35. Zonder dikke sok zou maat 34 passen, maar in een winterlaars draagt je kind wollen sokken en heeft het meer ruimte nodig. Daarom reken je bij de gemeten voetlengte 2,5 centimeter bij en vermenigvuldig je het resultaat met 1,5. Hieronder lees je hoe je dat precies doet, waar je bij het passen op let en hoe je voorkomt dat je kind na één winter alweer te kleine laarzen heeft.

Zo meet je de voet van je kind

Laat je kind op een vel papier staan, met de hiel tegen een muur of plint. Teken langs de langste teen een streep en meet de afstand tot de muur. Doe dat bij twee voeten, want de meeste kinderen hebben een voet die iets groter is dan de andere. Gebruik altijd de langste maat. Meet het liefst aan het eind van de dag, wanneer de voeten licht gezwollen zijn. Dat is precies de situatie waarin laarzen moeten passen.

Een voetlengte van 21 centimeter is voor een kind van 9 jaar eerder aan de kleine kant. Veel kinderen van die leeftijd hebben een voet van 21,5 tot 23 centimeter. Laat je dus niet in de war brengen door de leeftijd op de verpakking. Bij schoenen en laarzen gaat het om de voet, niet om het aantal jaren.

De formule: van centimeters naar maat

De Europese schoenmaat, die ook in België gebruikt wordt, is gebaseerd op Parijse punten. Eén punt is twee derde centimeter. Je rekent dus met de formule (voetlengte plus ruimte) maal 1,5. Voor gewone schoenen is anderhalve centimeter ruimte nodig, zodat de tenen kunnen bewegen en de voet kan groeien. Voor een winterlaar tel je er nog een centimeter bij op, vanwege de dikke sok en de dikkere voering.

  • Gewone schoen: (21 + 1,5) x 1,5 = 33,75, dus maat 34
  • Winterlaars: (21 + 2,5) x 1,5 = 35,25, dus maat 35

De uitkomst rond je af naar de dichtstbijzijnde hele maat, tenzij de fabrikant halve maten maakt. Zit je tussen twee maten in, kies dan de grotere. Een laars met een duim ruimte houdt de voet warmer dan een strakke, omdat er een laagje lucht tussen voet en voering blijft zitten.

Overzicht per voetlengte

Onderstaande tabel laat per gemeten voetlengte zien welke maat je voor gewone schoenen en welke voor winterlaarzen kiest. De waarden zijn afgerond en gelden als richtlijn, want elk merk valt net iets anders uit.

VoetlengteGewone schoenSneeuwlaars
19,5 cmmaat 31maat 33
20,0 cmmaat 32maat 34
20,5 cmmaat 33maat 34 of 35
21,0 cmmaat 34maat 35
21,5 cmmaat 35maat 36
22,0 cmmaat 35maat 37
22,5 cmmaat 36maat 37 of 38

Wat moet je letten bij het passen?

Laat je kind de laarzen aantrekken met de sokken die het in de sneeuw echt draagt. Een dunne sportsok geeft een verkeerd beeld. Laat je kind rechtop staan en schuif een vinger tussen de hiel en de achterkant van de laars. Past er een vinger tussen, dan zit de maat goed. Past er niets, dan is de laars te klein. Kun je er twee vingers tussen schuiven, dan wordt hij waarschijnlijk te groot en glijdt de hiel bij het lopen op en neer.

Laat je kind daarna een paar minuten rondlopen, een trap op en neer gaan en door de knieën zakken. Let op of de tenen de voorkant raken en of de laars ergens knelt of schuurt. Een laars die in de winkel al drukt, wordt in de sneeuw niet comfortabeler.

Welke eigenschappen zijn belangrijk?

Een goede sneeuwlaars is waterdicht, heeft een stroeve zool en een voering die vocht afvoert. Let op het temperatuurbereik dat de fabrikant noemt. Voor een kind dat een dag in de sneeuw speelt, is een laars die tot min 20 graden comfort geeft meestal ruim voldoende. Voor korte wandelingen in de Belgische winter volstaat een lichter model dat tot min 10 graden is bedoeld.

  • Een hoge schacht van minstens 15 tot 20 centimeter houdt sneeuw buiten.
  • Een klittenband of trekkoord om de bovenrand sluit de laars goed af.
  • Een uitneembare binnenzool droogt sneller en is te vervangen.
  • Een brede neus geeft de tenen ruimte om te bewegen.

Wat doe je als hij na een paar maanden al krap zit?

Kinderen van 9 jaar groeien gemiddeld ongeveer een centimeter per jaar aan hun voet, maar dat gaat in schokken. Kijk halverwege de winter daarom nog een keer naar de maat. Haal de binnenzool uit de laars en laat je kind erop staan. Zit de teen tegen de rand van de zool, dan is de laars te klein geworden. Hou er rekening mee dat kleine laarzen niet alleen pijn doen, maar ook koude voeten veroorzaken, doordat de doorbloeding afneemt.

Slim kopen: nu, in het seizoen of tweedehands

Het aanbod is het grootst en de maten zijn het best beschikbaar in oktober en november. Wacht je tot de eerste sneeuw valt, dan zijn de populaire maten vaak uitverkocht. Na de feestdagen gaan de prijzen omlaag, maar dan is je kind de eerste weken van de winter al zonder passende laarzen gegaan. Tweedehands laarzen zijn een prima optie voor een kind dat snel groeit, mits de zool nog profiel heeft en de voering niet is ingezakt. Controleer ook of de rits of het klittenband nog goed sluit en of er geen scheuren in het materiaal zitten.

Een rekenvoorbeeld voor twee winters

Stel dat je kind nu 21 centimeter meet en een laars in maat 35 draagt. Groeit de voet dit jaar een centimeter, dan wordt de gewenste maat volgende winter (22 + 2,5) x 1,5 = 36,75, dus maat 37. De laars van dit jaar is dan te klein. Kies je nu voor maat 36 met een dikke sok, dan heb je ruimte voor een tweede winter, maar loopt je kind deze winter met net iets te veel ruimte. Een goed compromis is een laars met een verstelbare sluiting of een extra inlegzool. Daarmee kun je de laars deze winter wat nauwer maken en volgend jaar zonder zool net iets ruimer.

Zo onderhoud je de laarzen

Haal na elke sneeuwdag de binnenzolen uit de laarzen en laat ze op kamertemperatuur drogen, niet op de verwarming of bij een open haard. Te veel hitte maakt de lijm los en laat de voering krimpen. Stop er desnoods opgevouwen kranten in om vocht op te nemen. Spuit aan het begin van het seizoen een waterafstotende spray op het buitenmateriaal, en herhaal dat na ongeveer zes tot acht keer dragen. Met deze zorg gaan de laarzen een winter lang mee en kunnen ze daarna doorgegeven worden aan een broertje, zusje of vriendje.